Transport

Transport

Vloeibare brandstoffen voor transport, vandaag en morgen

Na meer dan honderd jaar blijven vloeibare brandstoffen ongeëvenaard voor gebruik in transport dankzij hun superieure energiedichtheid; ze zijn gewoon de beste vorm van draagbare energieopslag en -levering. In de komende decennia zullen verbeteringen in de efficiëntie van de verbrandingsmotor, leidend tot een lager brandstofverbruik en een lagere CO2-uitstoot, een belangrijke bijdrage leveren aan de Europese doelstellingen voor het koolstofarm maken van het vervoer. Ook de komende jaren zal het transport nog fundamenteel afhankelijk blijven van vloeibare brandstoffen. Maar de brandstoffen van morgen zullen duidelijk verschillend zijn van die van vandaag. Onze sector ontwikkelt innovatieve koolstofarme vloeibare brandstoffen die zullen bijdragen tot het realiseren van de energie- en klimaatdoelstellingen.

Bovendien, zijn auto's verantwoordelijk voor ongeveer 12% van de totale EU-uitstoot van CO2. De rest komt van elektriciteitsproductie, landbouw, industrie en transport (vrachtwagens, schepen,..). Om tegemoet te komen aan de mitigatie-doelstellingen van de EU en mondiale klimaatverandering en tegelijkertijd betaalbare mobiliteit te blijven bieden, die van vitaal belang is voor burgers en industrie, zal er behoefte zijn aan zowel elektrische voertuigen als voertuigen met koolstofarme vloeibare brandstoffen.  

Terwijl duurzame elektriciteit - hydro, zon en wind – een belangrijke rol zal spelen in het Europese energiesysteem is een volledige elektrificatie van het transport eerder utopisch.  Er zal een mix van energiebronnen nodig zijn voor het transport. Vloeibare brandstoffen die hiervan deel uitmaken, bieden een ongeëvenaarde combinatie van kwaliteiten:

  • Hoge energiedichtheid.
  • Gemakkelijk stockeerbaar (ook voor later gebruik).
  • Uitgebreide bestaande infrastructuur voor productie, distributie en opslag.
  • Koolstofarme vloeibare brandstoffen kunnen bovendien probleemloos in de huidige motoren worden gebruikt zonder aanpassingen.

De organisatie VAB(1) berekende dat om 100 kilometer te rijden met een elektrische testwagen gebruikt voor het onderzoek, je voor het laden van de wagen ongeveer 2u32 nodig hebt met een elektrische gewone laadpaal en zelfs 7u48 min bij het laden via een gewoon stopcontact thuis. Het tanken voor 100 km duurt 23 seconden.

Voor de scheepvaart, de luchtvaart en het zware wegvervoer vertegenwoordigt de energiedichtheid van vloeibare brandstoffen een fundamenteel voordeel dat moeilijk te overwinnen zal zijn, zelfs met toekomstige batterijtechnologie. Daarom is het onwaarschijnlijk dat één enkele optie – silver bullet - emissiearme mobiliteit zal kunnen garanderen in alle vervoerssegmenten. In plaats daarvan zullen verschillende complementaire technologieën nodig zijn: (geavanceerde) biobrandstoffen, synfuels en Power-to-Liquid (PTL).

(1) VAB magazine maart-april 2019

Levenscyclusanalyse als wetenschappelijke basis

De keuze voor voertuigen en de specifieke energievorm (thermisch, elektrisch, waterstof, e.a.) moet geobjectiveerd worden met wetenschappelijke evaluaties van hun gebruik op basis van een complete levenscyclusanalyse voor het berekenen van de CO2-uitstoot. De belofte van zero-emissie van elektrische wagens kan niet worden hard gemaakt. Ze generen een belangrijke CO2 uitstoot als de volledige levenscyclusanalyse in aanmerking wordt genomen. Deze uitstoot vindt misschien niet bij ons plaats op het moment dat de wagen op de weg is, maar gebeurt wel in de landen waar de primaire grondstoffen (mijnen in Afrika) worden ontgonnen en waar de batterijen en wagens worden geproduceerd.

De productie van elektriciteit (in de huidige EU-generatie mix) en de winning van grondstoffen (o.a. lithium en kobalt) voor de productie van batterijen voor elektrische voertuigen zijn CO2-emissie-intensief. Daarbij komt dat als de energie voor het opwekken van elektriciteit te weinig uit hernieuwbare bronnen komt, er amper winst is voor het klimaat.

Daarom moeten levenscyclusoverwegingen op zijn minst worden meegenomen in de beslissingen om ervoor te zorgen dat de reële broeikasgasemissies voor elke type aandrijving volledig in beeld worden gebracht. Zo is het belangrijk een onderscheid te maken tussen luchtkwaliteit dat een lokaal (gezondheids) probleem is, en broeikasgassen in de lucht, die meer een globaal planetaire en grensoverschrijdend klimaatprobleem zijn.

Koolstofarme vloeibare brandstoffen voor een emissiearme transport

De Europese Commissie heeft meermaals het belang van technologie-neutraliteit onderstreept. Zo bepaalt de Europese Richtlijn over alternatieve brandstoffen dat wetgeving moeten worden opgesteld zonder een bepaald type technologie te bevoordelen, zodat de verdere ontwikkeling van alternatieve brandstoffen en energiedragers niet wordt belemmerd. Binnen een vrije markteconomie, moet elke technologie daarom onderling kunnen concurreren, wat zal leiden tot de beste oplossingen aan de laagste kost voor de maatschappij. Koolstofarme technologieën moeten bovendien worden gekozen op basis van een volledige levenscyclusanalyse.

Koolstofarme vloeibare brandstoffen kunnen een belangrijke plaats innemen in de toekomstige energiemix. Ze hebben dan ook een politiek en wetgevend kader nodig dat hen de nodige ruimte biedt om een gelijke kans te krijgen naast andere technologieën, zoals de elektrificatie van voertuigen. In een vrije markteconomie is het belangrijk om een “level playing field” te garanderen.

Meer informatie over koolstofarme vloeibare brandstoffen

Standpunt BPF

Koolstofarme vloeibare brandstoffen voor een emissie-arm transport. Klik hier

Moderne dieselvoertuigen rechtvaardigen hun plaats op onze wegen

Luchtkwaliteit gaat ons allen aan. We stellen vast dat de nieuwste generatie dieselauto's die onder reële rijomstandigheden zijn getest, ruim voldoen aan de emissiegrenswaarden voor fijnstof en stikstofdioxide (NOx). Met een wagenpark in België van gemiddeld 9 jaar, kunnen we er van uitgaan dat met de huidige Euro6 Temp norm en de introductie van de nieuwe Euro6d-standaard in 2020 voor nieuwe registraties, tegen 2030 ten laatste de grote meerderheid van het wagenpark dieselauto's de emissiegrens-waarden voor luchtkwaliteit ruimschoots zal respecteren. Ze hebben dus een plaats op onze wegen! Het verbieden van alle dieselvoertuigen, zoals het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tegen 2030 wenst, is daarom verkeerd en onnodig. Beslissingen moeten genomen worden op basis van objectieve wetenschappelijke feiten en niet geïnspireerd zijn door ideologische standpunten.

In Brussel zijn dieselmotoren van personenwagens slechts verantwoordelijk voor 10% van het fijnstof PM2,5. Het stigmatiseren van de auto als enige boosdoener is daarom een ideologische strijd geworden zonder wetenschappelijke basis. De moderne dieselvoertuigen verdienen een plaats op onze wegen en in de LEZ omdat ze de luchtkwaliteitsnormen respecteren! Beleidsmakers moeten bewust zijn van deze wetenschappelijke realiteit.

Meer info over de moderne dieselvoertuigen