Klimaat & Milieu

Klimaat & Milieu

Het ‘Akkoord van Parijs’ (2015) legt de basis voor het internationale en nationale beleid voor de komende decennia om de klimaatverandering aan te pakken en met als voornaamste doel om de temperatuurstijging ruim onder 2°C (t.o.v. de pre-industriële periode) te houden en zelfs om na te streven om deze te beperken tot 1,5°C. Hiervoor moet de transitie worden gemaakt naar een koolstofarme maatschappij.
    
Tegen 2030 wil de Europese Unie volgende doelstellingen realiseren t.o.v. 2005:
1.    De uitstoot van broeikasgassen met minstens 40% verminderen;
2.    Het aandeel van hernieuwbare energie tot 32% verhogen;
3.    Een verbetering van de energie-efficiëntie met minstens 32,5%.

In het domein van transport, heeft de Raad van de EU op 15 april 2019 de verordening voor CO2-emissienormen voor auto's en bestelwagens na 2020 formeel aangenomen. Nieuwe auto’s moeten vanaf 2030 gemiddeld 37,5% minder CO2 uitstoten ten opzichte van het niveau in 2021. De CO2-uitstoot door zware vrachtwagen moet met 30% dalen tegen 2030 ten opzichte van 2019.

Link naar www.klimaat.be

Meer informatie over de Belgische klimaatplannen

BPF document over de Belgische klimaatplannen

Het Nationaal Energie- en klimaatplan (NEKP) van de overheid

Ontwerptekst goedgekeurd door het Overlegcomité van 19/12/2018.

Regionale plannen

Luchtkwaliteit

Luchtkwaliteit gaat ons allen aan. Bij luchtverontreiniging is er een verschil tussen verontreiniging die gevolgen heeft voor de volksgezondheid (want die hangt af van de kwaliteit van de lucht die we inademen) en verontreiniging die gevolgen heeft voor het milieu (zoals de uitstoot van broeikasgassen die verantwoordelijk is voor de klimaatopwarming maar niet rechtstreeks schadelijk is voor de mens zelf). De voornaamste atmosferische emissies die de luchtkwaliteit aantasten zijn:

Fijnstof
Fijnstof omvat alle vaste en vloeibare deeltjes die in de atmosfeer rondzweven. Ze kunnen er van enkele uren tot maanden verblijven in functie van hun eigenschappen en de meteorologische omstandigheden. PM10 is de deeltjesfractie met een aërodynamische diameter kleiner dan 10 micrometer (μm), PM2,5 die met een diameter kleiner dan 2.5 μm. Vanaf een diameter kleiner dan 0.1 µm (100 nanometer) spreekt men van ultrafijn stof. Fijnstofdeeltjes kunnen zowel van antropogene (door de mens veroorzaakt) als van natuurlijke bronnen komen. Vulkaanuitbarstingen, bodemerosie, zeezout of de aanvoer van woestijnzand kunnen natuurlijke bronnen van fijn stof zijn.

Hoe ontstaat fijn stof ? De primaire deeltjes worden rechtstreeks in de atmosfeer uitgestoten en kunnen vast of vloeibaar zijn. Roetdeeltjes komen hoofdzakelijk van de verwarming van huizen. Het transport genereert eveneens fijnstof via de uitlaatpijp (o.a. dieselmotoren) maar ook bij slijtage van banden of bij het remmen, dus bij alle types auto’s (o.a. elektrische wagens). Een langdurige blootstelling aan lagere fijnstofconcentraties kan aanleiding geven tot negatieve gezondheidseffecten. Zo stelt de Wereldgezondheidsorganisatie WGO dat er een hoger risico is op het krijgen van luchtwegenaandoeningen en dalende levensverwachting als gevolg van cardio-pulmonaire aandoeningen. Deze effecten zijn meer uitgesproken bij oudere mensen, kinderen of mensen die hart-, immuniteits- of ademhalingsproblemen hebben.

Stikstofoxides (NOx)
Stikstofoxides (NOx) is de verzamelnaam voor een mengsel dat voornamelijk bestaat uit stikstofmonoxide (NO) en stikstofdioxide (NO2). Stikstofoxides worden grotendeels door menselijke activiteiten uitgestoten tijdens verbrandingsprocessen bij hoge temperaturen waarbij luchtstikstof geoxideerd wordt. De belangrijkste bronnen van NOx zijn (weg)verkeer, energieproductie en industrie en gebouwenverwarming. De Europese Richtlijn "Cleaner air for Europe" (2008/50/EG) bepaalt de grenswaarden voor de atmosferische emissies van fijn stof en van stikstofoxyde (NOx).

Luchtkwaliteit alsmaar beter in België

In het algemeen wordt jaarlijks een duidelijke verbetering van de luchtkwaliteit vastgesteld in België. Een van de redenen hiervan is de enorme technologische vooruitgang: betere en efficiëntere motoren, de invoering van performante roetfilters, katalysatoren zoals de ‘Selective Catalytic Reduction ‘ technologie die de productie van schadelijke stoffen (zelfs tot 99%) verminderen. Huishoudens waren in 2016 voor 57% verantwoordelijk voor de totale uitstoot van fijnstof PM2,5 in Vlaanderen. Verkeer (21%) komt op de tweede plaats met wegverkeer als belangrijkste bron. Het Luchtrapport van de Vlaamse Milieumaatschappij benadrukt dat in 2017 alle Vlaamse meetplaatsen de Europese jaargrenswaarde van 25 μg/m3 voor fijnstof PM2,5 en ook de strengere indicatieve jaargrenswaarde van 20 μg/m³ die vanaf 2020 geldt, respecteren. Het aandeel van de niet-uitlaat emissie (geldig voor alle voertuigen) is evenwel even groot als dat van de uitlaatemissie. De daling van de PM2.5-emissie is vooral te danken aan het invoeren van milieuvriendelijkere voertuigen.

Wat stikstofoxyde (NOx) betreft, leverde het verkeer met 61% de grootste bijdrage met meer dan de helft afkomstig van wegverkeer. Het VMM rapport toont aan dat de uitstoot daalt dankzij efficiënte maatregelen: de totale NOx-emissie lag in 2016, 40 % lager dan in 2000. In Brussel komen slechts 10% van de fijnstof PM2,5 van dieselmotoren van personenwagens. Tussen 2000 en 2016, zijn de NOx-emissies afkomstig van het wegverkeer er met 26% gedaald. In 2016, waren de personenwagens nog voor 37% verantwoordelijk voor de NOx-emissies.